De kunst van vrouwelijk leiderschap

De kunst van vrouwelijk leiderschap in de zorg ten tijde van transitie

Hoe leid je een man in, in een feminiene organisatie? Op een dusdanig hoffelijke manier dat hij serieus genomen wordt als hij wat heeft te vertellen over Vrouwelijk leiderschap ten tijde van transitie? Het was een vraag die mij bezig hield toen ik Eric Koenen, auteur van o.a. het boek ‘De Kunst van leiderschap in tijden van verandering’ mocht inleiden tijdens een inspiratiesessie.
De vraag bracht mij bij twee fresco’s waarvan ik er een ooit in het Louvre heb mogen bewonderen. De ene heet: “Een jongeman, geïntroduceerd door Venus aan de zeven vrije kunsten” En de andere heet: “Venus en de drie Gratien geven geschenken aan een jonge vrouw.” Beide fresco’s zijn omstreeks 1483 door Renaissance schilder Sandro Boticelli geschilderd. Bedoeld als huwelijkskado voor Lorenzo en Giovanna, beiden nazaten van twee rijke families in Florence.
Toen ik deze werken van de Italiaanse kunstschilder Sandro Boticelli voor het eerst zag, wist ik: Hier wil een verhaal verteld worden over mannelijkheid en vrouwelijkheid. En hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Maar wat wil er precies gezegd worden?
Dus ging ik in dialoog. Met mijzelf, de kunstschilder, de personages op de afbeeldingen en….met mijn muzen. En die dialoog….dat is het verhaal geworden dat ik de volgende titel heb gegeven:

Venus, Sandro, de drie gratiën en de zeven vrije kunsten

 Zie je dat kind hier staan? Je zult het niet geloven, maar toen ik daar in het Louvre stond, betoverd door dit tafereel, stapte het zomaar van het doek af. Het kwam recht op mij af. “Jij wilt meer van haar weten he?” Het kind wees naar de vrouw in het midden. 
Ik kon alleen nog maar ja knikken, want mijn stem stokte spontaan.
“Kom maar, ga rustig zitten en ik zal je meer vertellen.”
En daar, in het Louvre, vertelde dit mysterieuze kind mij het volgende verhaal: 

“Ik stond daar al zo lang met die mooie vrouw daar op die muur. Ik denk wel al 300 jaar. Op een dag hield ik het niet meer. Ik moest het weten. Ik zei: Mevrouw, mevrouw, mag ik u wat vragen? De vrouw lachte naar me en zei: Noem me maar Venus hoor.”
“Oh”, zei ik toen.
“Eh, mevrouw Venus, bent u ook familie van Sandro Boticelli, net als ik?
“Oh nee hoor”, zei ze. Ik zag dat ze bloosde. “Sandro is een hele goede vriend van mij.”
“Waarom wordt u rood als u dat zegt?”
“Wil je dat echt weten?”, vroeg ze mij.
Ik knikte heftig van “JA”
“Vooruit”, zei ze. “Dan zal ik je wat vertellen.”
“Sandro Boticelli was een lieverd. Hij was iemand, die mij net als jij, met waarderende ogen kon zien. Hij heeft mij heel vaak geschilderd in die tijd. Sandro kreeg op een dag de opdracht van een rijke Italiaanse familie om twee muurschilderingen te maken. Ter ere van een huwelijk tussen Lorenzo en Giovanna. Blijer kun je mij niet maken. Want als het gaat over feesten waar het om de liefde gaat, dan moet je bij mij zijn!”
“Waarom dan?”, vroeg ik.
“Nou”, zei Venus. “Als er liefde in het spel is, geef ik samen met mijn muzen een injectie liefde aan de mensen. Kijk hier sta ik, samen met mijn muzen, de drie Gratien: Vreugde, Overvloed en Schoonheid. Weet je wat we hier doen? We geven Giovanna onze geschenken, namelijk Schoonheid en Liefde. Zaken die je nodig hebt als je vlak voor zo’n groot overgangsmoment als een huwelijk staat.”
“Waarom Schoonheid en Liefde, Venus?”, vroeg ik.
Venus hield haar hoofd schuin en ik zag haar ranke lange hals. Iets in mij zei dat het heel belangrijk was wat ze nu ging zeggen.
Ze zei: “Als deze dame haar eigen schoonheid ziet EN liefde voor zichzelf voelt, kan zij ook de schoonheid van haar mannelijke wederhelft zien. En zal ze hem met heel haar hart liefhebben, alsof zij zichzelf liefheeft.”
Het tintelde helemaal in mijn buik, toen ze dat zei. Daarna was het een tijd stil tussen Venus en mij. Haar woorden smaakten net als honing in mijn mond. Zo zoet en zacht.
Plotseling voelde ik weer een vraag opkomen. “Mevrouw Venus? Wilt u vertellen over wat u hier op deze afbeelding aan het doen bent?”
“Tja”, zei ze. “Wat kan ik je hierover zeggen? Sandro Boticelli vroeg mij op een dag toen hij met de tweede fresco begon: ‘Venus, wat heeft de aanstaande bruidegom volgens jou nodig om de hand van zijn vrouw te kunnen ontvangen?’”
“Ik stelde hem toen de vraag terug: ‘Wat heb jij als man nodig om mij te kunnen zien?’ Sandro dacht diep en lang na. En terwijl ik diep in gedachten zag verzinken, vroeg ik hem: ‘Wat gebeurt er nu met je?’ Sandro sloeg toen zijn ogen neer en boog zijn hoofd. ‘Ik weet het niet’, stamelde hij. Ik ben helemaal blanco in mijn hoofd’”

 “Wat gebeurde er toen?”, vroeg ik nieuwsgierig aan Venus.
Ze zei: “Ik bleef helemaal stil, ik zei niets. Heel lang. Ik zag Sandro langzaam ontspannen. En plotseling, alsof de bliksem insloeg, richtte hij zich op en riep:
“De zeven vrije kunsten! Ik heb me mogen laven in mijn leven aan de 7 vrije kunsten. Door het onderwijs dat ik heb genoten, heb ik geleerd:

  1. Op het juiste moment de juiste dingen te doen.
  2. Niet te gretig, niet te meegevend.
  3. Niet te impulsief, niet te passief.
  4. Niet te los, niet te strak.
  5. Ik kon afstand nemen van zaken,
  6. Leerde te relativeren.
  7. En ik ontwikkelde het vermogen harmonie van disharmonie te onderscheiden.”

“’Chapeau’, zei ik tegen Sandro. En ik pakte zijn hand. Leid jij de aanstaande bruidegom dan naar mijn zusters? Daar zitten ze. Zie je ze? Het zijn de godinnen van de 7 vrije kunsten:”

  1. De Taalkunde
  2. De Logica
  3. De Retorica
  4. De Rekenkunde
  5. De Meetkunde
  6. De Harmonieleer
  7. De Kosmologie

 Venus hield weer haar hoofd schuin, haar hals viel bloot. Ze vroeg aan Sandro: “Wil je de bruidegom vertellen dat ze hem toe-lachen? En niet uit-lachen. Dat is een groot verschil. Hij mag weten dat hij erg welkom is. Hij is namelijk de jongeman in deze tijd van Grote Overgang. De jongeman waar wij vrouwen al zo lang op wachten. Deze man is bereid de kunst van het hoofd, de 7 vrije kunsten met de kunst van het hart, van Schoonheid en Liefde te verstaan. Dat maakt dat hij de hand van deze door de Liefde ingewijde vrouw kan ontvangen.”
“Wat deed Sandro toen, mevrouw Venus?”
“Hij boog zijn hoofd”, antwoordde ze. “Sandro maakte een diepe buiging naar mij.”
“En u?, vroeg ik. Wat deed u toen?”
“Ik legde mijn hart op mijn hart en boog ook. Met een diep respect voor deze levenskunstenaar.”

Het kind lachte naar me. “Mooi he?”
Ik was nog stiller dan stil. Een traan rolde over mijn wangen. Van ontroering, van schoonheid, van liefde. En toen ik het kind in mijn armen wilde nemen, stond het alweer op het doek. In tweevoud. Op het doek bij de bruid en op het doek bij de bruidegom.
En weet je wat ik toen deed? Daar in het Louvre besloot ik dat ik zou wachten. Op het juiste moment, de juiste tijd, de juiste plek. Net zo lang, tot ik zeker wist: vandaag en hier mag het verteld worden als inleiding van een jonge man.

 Zusters, godinnen en muzen in de zaal, mag ik jullie vragen Eric te ontvangen in zijn vertelling over Leiderschap in tijden van veranderingen in de zorg?

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s